Nucleair eindrapport

Reactie MareVisie op: ‘Eindrapport hoogambtelijke werkgroep nucleair landschap’

Op maandag 3 juli is er door de ministers van Economische Zaken, van Infrastructuur en Milieu, van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. Hierin werden de conclusies van de ‘hoogambtelijke werkgroep (HAW) nucleair landschap’ toegelicht. Deze interdepartementale werkgroep heeft het nucleaire landschap in Nederland in kaart gebracht, de financiële risico’s geïnventariseerd en beleidsopties voor de toekomst voorgelegd.

In dit artikel geeft MareVisie haar reactie op de bevindingen van dit rapport.

In het rapport werd de nucleaire sector onderverdeeld in de toepassingen energie, medisch en onderzoek. MareVisie is al enige jaren werkzaam binnen het domein ‘medisch’ in de nucleaire sector. Ook de toekomst van het domein ‘energie’ heeft onze aandacht vanuit onze betrekkingen met het Nuclear4Climate initiatief, en van uit onze banden met de TU Delft en NRG gaat onze aandacht ook uit naar het onderzoek naar nieuwe energievormen zoals de Thorium MSR (lees hier ons verslag van het Thorium MSR symposium in Petten begin 2017).

In het eindrapport staan een aantal observaties die het belang van de nucleaire sector in Nederland onderschrijven: “De medisch-nucleaire industrie in Nederland wordt als excellent beschouwd en staat internationaal hoog aangeschreven.”, “RIVM verwacht dat de vraag naar medische isotopen gemaakt met een kernreactor, zoals nu in Nederland gebeurt met de HFR, in de komende periode gelijk zal blijven of zal stijgen.” en “In Nederland zijn NRG (HFR) en het RID (HOR) de spil in nucleair onderzoek.”

De HAW schetst in haar rapport drie scenario’s ter ondersteuning voor besluitvorming over de toekomst van de nucleaire sector: afbouwen, continueren en intensiveren.
Interessant punt is dat in geen van scenario’s afgeweken wordt van het beleid om de kerncentrale Borssele open te houden tot 2033, mits de veiligheid geborgd blijft. Twee van de scenario’s (continueren en intensiveren) gaan uit van succesvolle realisatie van de Pallas reactor en zelfs de mogelijkheid tot het deels publiek financieren hiervan, en het openhouden van de mogelijkheid voor nieuwe kerncentrales.

In het scenario ‘intensiveren’ wordt er gesproken over het beschikbaar stellen van financiële zekerstelling voor Pallas, en subsidie voor het bouwen van nieuwe kerncentrales voor CO2 arme energieopwekking. De benodigde  subsidie om 1.6 GW nucleair vermogen op te stellen, en hiermee 4.9 Mton CO2 reductie in 2030 te bewerkstelligen wordt geschat op 548 miljoen euro op jaarbasis (vergelijkbaar met wind op zee).

Interessant detail is dat er in de beschrijving van dit scenario specifiek aandacht wordt gegeven aan het bijdragen aan ontwikkeling van Thorium/MSR technologie door middel van subsidie aan de HOR (TUDelft) en de HFR (NRG).

Het rapport maakt wat MareVisie betreft duidelijk dat Nederland belangrijke troeven in handen heeft in de nucleaire sector. Het zou zonde zijn om deze troeven verloren te laten gaan omdat de discussie over nucleaire toepassingen wordt verstoord door discussies over historisch afval en vertraging in projecten.
Het heeft onze zegen om ruim baan te maken voor het scenario ‘intensiveren’!